Fleur Pierets: “Je hebt één leven. Ga je het laten bepalen door angst?”

Fleur Pierets, activiste en maker, over fearless zijn en Pride in Town

Fleur Pierets heeft er een drukke periode opzitten. De film Julian veroverde zalen, festivals en harten, haar nieuwe boek ‘Als alles goed gaat’ werd enkele maanden geleden voorgesteld, ze won zomaar eventjes de Jos Brinkprijs in Nederland en stond met haar one-woman-show in een uitverkochte Arenbergschouwburg. Tussendoor vindt ze tijd om samen met de Nederlandse cabaretier Kirsten van Teijn, met wie ze samen A Queer Night organiseert, mee te werken aan Pride in Town. Op het moment dat we even in haar drukke agenda inbreken is dat programma nog een verrassing.

“Ik ben een ongeduldig persoon. Zodra ik iets heb afgewerkt, zit ik alweer met mijn hoofd in het volgende. Terwijl ik bezig ben met een voorstelling begin ik aan een documentaire. En dan gebeurt er iets zoals die Jos Brinkprijs (een queer emancipatieprijs voor mensen die zich inzetten voor acceptatie en die genoemd werd naar de Nederlandse tv-presentator en acteur Jos Brink die ook bij ons in de jaren tachtig populair was, red.) en dat voelt bijna onwerkelijk. Alsof je even uit de lucht valt. Omdat je zo hard in je eigen hoofd zit, vergeet je soms dat wat je maakt ook een effect heeft op de buitenwereld. En als dat dan erkend wordt, is dat bijzonder. Maar het verandert niets aan die drang om vooruit te blijven gaan en dat is nooit ver genoeg.”

Fearless en hoop

“Ik heb fearless letterlijk in morsecode in mijn nek laten tatoeëren. Dat woord draag ik dus elke dag met mij mee. En toch is het antwoord op de vraag of we allemaal meer fearless moeten zijn niet zo simpel als ja of nee.”

“Mijn werk en mijn activisme zijn nooit los van elkaar te zien. Alles wat ik maak is doordrenkt van wat er in de wereld gebeurt. En wat er vandaag gebeurt, wordt heel sterk gedreven door angst. Dat is geen verrassing, maar de intensiteit ervan wel. Die angst zit diep, en ze is bijna overal voelbaar.”

“Tegelijk geloof ik niet dat angst ons vooruit helpt. Angst verlamt. Als je alleen maar bang bent, kruip je in je bed en verandert er niets. Maar die angst is ook niet onterecht. We zien een duidelijke terugval. Het voelt alsof we stappen vooruit hebben gezet op vlak van gelijkheid, en dat die nu opnieuw worden afgebroken. Soms lees ik dingen waarvan ik denk: hoe kan dit nog bestaan? Het lijkt alsof we terug in de jaren vijftig zitten.”

“En dat is niet alleen politiek. Het wordt persoonlijk. Wanneer je cijfers ziet over hoe jongeren denken over vrouwen of geweld tegenover queer personen, dan komt dat binnen. Dat is geen abstract debat meer. Dat is een directe dreiging.”

“Wat mij zorgen baart, is hoe taal daarin een rol speelt. Politici dragen een verantwoordelijkheid die ze vaak onderschatten. De manier waarop zij spreken, sijpelt door naar de samenleving. Als zij polariserende of ontmenselijkende taal gebruiken, dan legitimeert dat gedrag bij de mens op straat. En dan krijg je een klimaat waarin angst en schaarste centraal staan.”

“Want dat is wat er gebeurt: mensen worden wijsgemaakt dat er niet genoeg is. Dat is een mythe. Er is genoeg voor iedereen. Maar zodra je mensen laat geloven in schaarste, ontstaat er angst. En vanuit die angst gaan mensen zich vastklampen aan wat ze hebben. Ze zoeken zondebokken. En dat zijn bijna altijd dezelfde groepen: vrouwen, queer personen, mensen van kleur. Dat mechanisme is oud en voorspelbaar. Maar daarom niet minder gevaarlijk.”

“En toch, en dat is belangrijk, is er ook hoop. Die hoop zit voor mij in jonge mensen. Ik zie hoe twintigers zich opnieuw organiseren. Hoe ze teruggrijpen naar grassroots bewegingen. Hoe ze elkaar opzoeken, zich verenigen, en begrijpen dat individualisme hen nergens brengt. Dat we dit samen moeten doen.”

Luisteren zonder oordeel

“Ik sprak onlangs met jongeren die bezig zijn met deep canvassing. Die letterlijk deur aan deur gaan om gesprekken te voeren met mensen die het niet met hen eens zijn. Niet om te overtuigen met slogans, maar om te luisteren. Om empathie op te bouwen. Dat vind ik ongelooflijk hoopgevend. Want dat is waar verandering begint: bij het menselijke contact.”

“Er is ooit onderzoek gedaan waaruit bleek dat als iemand één queer persoon kent, dat kan eender wie zijn, een buur, een collega, die persoon significant meer geneigd is om queer rechten te steunen. Gewoon omdat er een gezicht, een verhaal, een mens aan gekoppeld wordt. Dat inzicht is zo krachtig. En toch doen we er te weinig mee.”

“Fearless zijn zit voor mij niet in grote gebaren of heldhaftige daden. Het zit in kleine dingen. In gesprekken. In het durven uitspreken wat er fout loopt. In het delen van informatie, omdat we allemaal in onze eigen bubbel leven, gestuurd door algoritmes. De wereld die jij ziet, is niet dezelfde als die van je buur. Dus praat. Informeer elkaar. Luister, echt luisteren, zonder oordeel. Dat is misschien wel de meest radicale vorm van fearless zijn vandaag.”

“Maar ik besef ook dat niet iedereen dezelfde ruimte heeft om fearless te zijn. Een alleenstaande moeder met drie kinderen die zich kapot werkt om rond te komen, heeft geen mentale ruimte om activist te zijn. Privilege speelt daarin een grote rol. Wie je bent, waar je staat, wie je rondom je hebt, dat bepaalt hoeveel ruimte je hebt om je uit te spreken. Dus nee, we moeten niet allemaal op dezelfde manier fearless zijn. Maar we moeten wel nadenken over wat we doen met het leven dat we hebben gekregen.”

“Dat is voor mij de essentie. Je hebt één leven. Wat ga je daarmee doen? Ga je het laten bepalen door angst? Of ga je, binnen jouw mogelijkheden, toch proberen iets te betekenen? Dat hoeft niet groots te zijn. Maar het moet wel iets zijn. Want niets doen is uiteindelijk ook een keuze, en zwijgen staat altijd aan de kant van de dader.”

Vorige
Vorige

Liam ging in drag naar het personeelsfeest: “Ik wist plots weer waarom ik dit doe”

Volgende
Volgende

Tussen angst en fearless: hoe gaan we om met angst?