Queertopia: de stad als inclusieve ruimte

Als Queertopia een plaats zou zijn, hoe zou die er dan uit kunnen zien? Er zijn onderzoekers die zich over dat thema buigen. Antwerp Pride sprak met architecte en onderzoekster Camille Kervella en vroeg haar hoe we een stad inclusiever kunnen ontwerpen.

Man én vrouw, of geen van beide. Het is een variant op de gangbare normatieve realiteit op straat die voor heel wat ongemak in de publieke ruimte kan zorgen. Hoe komt dat en hoe kunnen we daar verandering in brengen zodat onze ruimtelijke omgeving even divers wordt als haar gebruikers?


Camille Kervella (zij/haar) groeide op in Frankrijk en studeerde Architectuur aan de UCL te Brussel. Tijdens haar studies startte ze een onderzoeksproject rond gender dat de basis vormde van haar thesis ‘Sex in the City, Le queer en architecture comme outil de déconstruction des normes sociales dans les sociétés édifiés’ (‘Sex in the City, Queer-architectuur als hulpmiddel voor het afbouwen van sociale normering in de gebouwde omgeving’). Hierbij nam ze Brussel als case. Na haar studies begon ze te werken bij L’architecture qui dégenre, een platform dat de gangbare dominante orde in vraag stelt, de gelijkheid in de publieke ruimte wil bevorderen en optimisme
creëert.

Wat zijn volgens jou de fundamentele kenmerken van de inclusieve stad en de publieke ruimte of het gebrek eraan?


Vandaag is er nauwelijks een representatie van alle diverse gebruikers van de straat en de publieke ruimte. In Brussel is slechts één straat naar een transman genoemd, bijvoorbeeld. Daarom moeten we als eerste stap in het proces de huidige situatie vaststellen en
erkennen. We moeten in kaart brengen wie een stem heeft in het ontwerp en bouw van onze steden en publieke ruimte, zowel
in het verleden als nu. We stellen vast dat Brussel de hoofdstad van een Europees land, kapitalistisch en patriarchaal, nagenoeg
integraal bedacht en ontworpen werd door witte cisgender mannen.


Wanneer je alle gebruikers wil betrekken bij dat proces moet je niet alleen de individuele, maar ook de collectieve wensen in kaart brengen. Hoe kunnen we de publieke ruimte toegankelijk maken op een manier waarbij alle gebruikers zich er in kunnen herkennen?
Die vraag stellen aan de queer community is één van de belangrijkste stappen. Hoe kunnen we ook andere culturen, doelgroepen
zoals vrouwen, gender-minderheidsgroepen, mensen uit de anti-racismebeweging,… betrekken bij het ontwerpproces en het verhaal van de stad. Ons onderzoek kan een aanzet zijn tot verandering.

L’architecture qui dégenre organiseert onder andere Les journées du Matrimoine, een antwoord op La Journée du Patrimoine oftewel Erfgoeddag. Wat houdt dat in?


Dit is een van de belangrijkste projecten van het bureau, waarin we de aandacht willen vestigen op het feit dat gebouwde omgeving en erfgoed meestal het resultaat zijn van mannelijkheid. We brengen dan materieel én immaterieel erfgoed van artistiek of historisch belang onder de aandacht dat het resultaat is van vrouwen, genderminderheden,… Met andere woorden, mensen wier verhalen geen deel uitmaken van de meerderheid. We organiseren stadstours, lezingen, workshops en tentoonstellingen.

Je stelt dat de publieke ruimte minder toegankelijk is voor queer mensen? Welke transformaties hebben we nodig om dat op te lossen?


Hoe ontwerpen we de publieke ruimte, welke materialen gebruiken we, welke infrastructuur voorzien we? Een manier om de publieke ruimte te ‘ontgenderen’ is om jongeren op jonge leeftijd te leren samenspelen in infrastructuur die hen niet scheidt per gender. De Franse gendergeografe Édith Maruéjouls stelt dat heel wat recreatieruimtes voor jongeren gebaseerd zijn op een afzonderlijke benadering voor jongens en meisjes. Een goed voorbeeld is de speelplaats, waar centraal infrastructuur voorzien is waar jongens voetbal spelen en waar meisjes rondom hun plaats vinden. De centrale ruimte wordt niet gekruist door hen. In de publieke ruimte hebben alle gebruikers steeds het gevoel ‘gezien’ te worden. Personen die afwijken van de gangbare norm zullen daarom ofwel die plekken vermijden en toevlucht zoeken in bestaande ruimtes gecreëerd door en voor de community, ofwel gaat men waakzamer zijn, zijn gedrag bijsturen naar die zogezegde norm door bijvoorbeeld je genegenheid voor je partner niet meer op straat te tonen.

Tijdens deze 15de editie van Antwerp Pride willen we nog eens 15 jaar verder kijken in de tijd. Stel we zijn in 2037, hoe zie jij de publieke ruimte om je heen?


Als ik mij een wereld probeer voor te stellen, zie ik rondom mij een stad waar ik op alle plekken mezelf kan zijn zonder dat ik me een uitzondering voel. Het zou fijn zijn indien onze maatschappij een transitie zou ondergaan waarbij we niet meer de nood voelen om vooral binnen je eigen community te blijven om je veilig te voelen. We zullen nog steeds prides organiseren, waarbij steeds meer mensen zichzelf openlijk kunnen identificeren als queer persoon.


We zouden minder problemen hebben om ons te moeten ’gedragen binnen de stad’ doordat de stigmatisering verdwenen is, waardoor we geen enclaves meer zijn in de stad, maar dat de stad op zich aan al onze wensen en noden kan beantwoorden. Alle vlaggen en signalen die we nu gebruiken zullen minder een politiek statement zijn maar zullen een permanent onderdeel zijn van onze leefomgeving.

Laat ons ook hopen dat onze aanwezigheid geen onderwerp meer zal zijn van een polariserend debat, maar dat we elkaar onze liefde kunnen tonen zonder dat dit een uitzondering vormt in de publieke ruimte. Om die toekomst kracht bij te zetten organiseren we in de Sint-Gorikshallen een tentoonstelling ‘Queering Brussels’ van 1 september tot 27 november. We willen het publiek bewust maken van de seksuele en genderdimensie van architectuur en stedenbouw, het debat stimuleren en er verschillende doelgroepen bij betrekken.
Door Brussel als case study te nemen maakt de tentoonstelling deze vooroordelen expliciet. Zo streven we met de tentoonstelling twee doelen na: ten eerste willen we de bril veranderen waardoor we naar een gebouw en een stad kijken. Vervolgens willen we het breed publiek op een inclusieve manier laten nadenken over ruimtes voor de LGBTQIA+-gemeenschap met specifieke behoeften.